Zo werkt het

Inhoudsclassificaties

Kijkwijzer waarschuwt ouders, begeleiders en jongeren tot welke leeftijd een film schadelijk kan zijn voor kinderen. Kijkwijzer doet dat door een leeftijdsaanduiding te geven, gevolgd door de pictogrammen die de reden van het advies aanduiden.

Welke schadelijke gevolgen kunnen geweld, angst, seks, discriminatie, drugs- en/of alcoholmisbruik en grof taalgebruik hebben op kinderen? Deze vragen zullen we hier beantwoorden.

Geweld

Audiovisueel geweld kan meerdere schadelijke gevolgen hebben. Kijken naar mediageweld kan onder meer (a) de agressie van kinderen aanwakkeren, (b) kinderen afstompen voor geweld, en (c) kinderen angstig maken. In Kijkwijzer hebben we met die drie negatieve effecten rekening gehouden. De classificatie die geweld krijgt, is gebaseerd op bestaande theorieën over de invloed van mediageweld op de twee eerste effecten: agressief gedrag en afstomping. In het onderdeel over angst komt ook geweld in films aan bod, maar dan vanuit theorieën over de types mediageweld die angst bij kinderen van verschillende leeftijden oproepen.

Het is bekend dat geweld in films niet altijd tot agressief gedrag en afstomping leidt. Een documentaire over de toename van geweld onder jongeren, waarin gewelddadige scènes voorkomen om dit probleem aan te kaarten, is natuurlijk niet te vergelijken met een horrorfilm waarin een hoofdpersoon met een kettingzaag op zijn tegenstanders afgaat. De documentaire is wellicht gemaakt met het doel om geweld te ontmoedigen, terwijl het in de horrorfilm wordt verheerlijkt. Natuurlijk gebruiken kijkers de context waarin het mediageweld wordt uitgevoerd om betekenis te construeren uit de beelden. Uit onderzoek blijkt dat verschillende contextkenmerken van geweld in films de kans op agressief gedrag en/of afstomping verhogen. We zullen de belangrijkste contextkenmerken achtereenvolgens noemen.

Een eerste kenmerk dat agressie en afstomping verhoogt, is het realiteitsgehalte van het geweld. Het realiteitsgehalte van films bepaalt de geloofwaardigheid ervan. In dit classificatiesysteem gaan we ervan uit dat geweld dat in de ogen van kinderen niet geloofwaardig is, geen of weinig schadelijke gevolgen voor hen heeft. Let wel, geloofwaardigheid is sterk leeftijdsafhankelijk. Wat volgens volwassenen onschuldig is (Power Rangers, Pokémon) of met opzet overdreven (James Bond) kan voor jonge kinderen wél realistisch en geloofwaardig zijn.

Een tweede kenmerk van geweld in films dat met name afstomping bevordert, is de mate waarin de gevolgen van het geweld in beeld worden gebracht (bloed, ernstige verwondingen, verminkingen). Hoe vaker kijkers dit soort beelden zien, hoe groter de kans dat ze afstompen of onverschillig worden voor geweld.

Een derde contextkenmerk dat agressieverhogend werkt, is de mate waarin de geweldpleger sympathiek is. Hoewel het geweld van slechte schurken of maniakken vaak meer indruk maakt, wordt agressief gedrag vooral bevorderd door het geweld van personen met wie de kijker zich enigszins kan identificeren.

Een vierde contextkenmerk is de mate waarin het geweld gerechtvaardigd is. Vaak is er voor de goede partij in een verhaal een legitieme reden om geweld te gebruiken, bijvoorbeeld om natuurrampen tegen te gaan of onschuldige slachtoffers te redden. Het zien van gerechtvaardigd geweld kan voor jongere en oudere kijkers reden zijn om lichter te denken over geweld in de werkelijkheid.

Het laatste kenmerk is de mate waarin het geweld bestraft wordt. Indien geweld op de een of andere wijze bestraft wordt, verkleint dit de kans op agressiviteit bij de kijker. In films behoren de helden van kinderen over het algemeen tot de goede partij. Ze zijn slim, machtig en aantrekkelijk, en worden zelden op hun vingers getikt of gehinderd bij hun gewelddadige acties. Diverse onderzoeken suggereren dat beloond geweld door de goede partij een agressieverhogend effect heeft.

Angst

Angsteffecten zijn sterk afhankelijk van het cognitieve ontwikkelingsniveau van de kijker. Uit onderzoek blijkt dat volwassenen en oudere kinderen op twee manieren naar een angstaanjagende film kunnen kijken. Ze kunnen emoties toelaten en er lekker voor gaan zitten om te griezelen. Maar ze kunnen ook emotioneel afhaken door te denken dat hetgeen ze zien niet echt is. In die gevallen passen volwassen kijkers en oudere kinderen een mechanisme toe dat in de Angelsaksische literatuur 'adult discount' wordt genoemd.

Studies tonen aan dat kinderen onder de negen jaar deze zogenoemde 'adult discount' nog niet kunnen toepassen wanneer ze naar fictie kijken. Ze weten soms wel dat iets fantasie is, maar toch kunnen ze die kennis tijdens het kijken nog niet gebruiken bij het verwerken van angstwekkende media-inhoud. In Kijkwijzer hebben we daarmee rekening gehouden door specifiek te kijken naar elementen die een aanwijzing geven voor de fictionaliteit van films. Uit onderzoek blijkt dat mensen banger worden van gevaren die dicht bij hen in de buurt gebeuren, of in ieder geval voorstelbaar zijn, dan van gevaren die ver van hun bed zijn. Kijkwijzer houdt om die reden rekening met het realisme van de omgeving bij de angstaanjagende scènes.

Angstaanjagende beelden die zich in een alledaagse context afspelen, kunnen gemakkelijk worden geassocieerd met voorwerpen of gebeurtenissen die in het dagelijkse leven van kinderen gewoon zijn, zoals speelgoed, een schoolgebouw of een strandbezoek. In Poltergeist wordt de angst geassocieerd met de televisie en raakt het speelgoed bezeten van boze geesten. In Jaws wordt de angst geassocieerd met de zee en het strand. Angstreacties blijken intenser en langduriger te zijn als die na de confrontatie met herkenbare situaties of objecten opnieuw worden opgeroepen. Dat verklaart waarom sommige films als Jaws en Psycho eerder tot langdurige en intense angsten leiden dan films met een verre context, zoals Indiana Jones. Daarnaast wordt rekening gehouden met het voorkomen van personages met fantasiekenmerken omdat de aanwezigheid van zulke personages een extra mogelijkheid biedt om afstand te kunnen nemen van een angstaanjagende productie.

Binnen de categorie angst zijn verder drie elementen belangrijk: dingen die er beangstigend uitzien, personen in een productie die angstig zijn of lijden, en geluiden en griezelige horroreffecten. Uit onderzoek weten we dat dat de drie belangrijkste triggers zijn voor angst van mediabeelden bij kinderen: angst door het observeren van 'enge' dingen, door het inleven met andere personen en door het interpreteren van (aangeleerde) signalen die een voorbode zijn van angstige elementen of die daarmee gepaard gaan. Bij waarneembare gevaren gaat het om zaken als verwondingen, lijken, zelfverminking en zelfmoord. Daarnaast wordt ook rekening gehouden met opvallende zaken waarvan bekend is dat zij vooral bij heel jonge kinderen tot angsten kunnen leiden, zoals monsters, heksen, enge dieren en fysieke bedreigingen van kinderen of dieren. Tot slot horen typische griezeleffecten bij de waarneembare gevaren. Het zien van zulke situaties en effecten kan bij kinderen tot gevolg hebben dat zij hevig schrikken, zich ongemakkelijk voelen en uiteindelijk zelfs nachtmerries krijgen. Afhankelijk van de intensiteit van deze beelden en de context (type film en realisme) heeft de aanwezigheid van angstaanjagende elementen gevolgen in de groep tot 6, 9, 12, 14 of 16 jaar.

Een tweede inhoudskenmerk dat angstverhogend kan werken is het zien van angstige mensen of van personen die ernstig lijden. Vaak worden gevaren in de media afgebeeld via de angsten van hoofdpersonen. Het daadwerkelijke gevaar hoeft dan niet expliciet in beeld te zijn, alleen de angst van de hoofdpersonen is al genoeg om een kijker de stuipen op het lijf te jagen. Het mechanisme dat aan dit proces ten grondslag ligt, is empathie met de hoofdpersoon. Empathie met anderen is een aangeboren kenmerk van mensen en treedt al op vanaf zeer jonge leeftijd. Het zien van angstige personen in een film kan via de opgewekte empathie bij de kijker gevoelens van onrust overbrengen. De kijker leeft mee met personages in een film en neemt hun angstgevoelens over. De observatie van iemand die ernstig lijdt, bijvoorbeeld als gevolg van pijn, kan bij de kijker via empathie ook angst opwekken. Lijden is iets dat afwijkt van het gangbare en dat onzekerheid over de toekomst impliceert. Kijkers leven overigens niet alleen mee met mensen, maar ook met 'andere soorten', zoals mensachtigen en dieren. Het gaat immers om de identificatie met psychologische kenmerken van de personages. De kijker kan zich herkennen in de personages en leeft mee. Juist voor kinderen kan het dan ook gaan om niet-realistische, maar wel mensachtige wezens.

Een derde kenmerk dat een productie angstaanjagend kan maken zijn de geluidseffecten en de muziek. Onderzoek wijst uit dat het toevoegen van angstaanjagende muziek aan een film de angstreacties erop kan verhogen. 

Seks

Seksualiteit is een inhoudskenmerk waarop mediaproducten over de hele wereld geclassificeerd worden. De twee consumentenonderzoeken die ten grondslag liggen aan Kijkwijzer hebben beide uitgewezen dat ook Nederlandse ouders het belangrijk vinden om te weten of er seks in een film voorkomt. Veel ouders zijn ervan overtuigd dat het onwenselijk is om kinderen al jong naar seks te laten kijken.

Uit inhoudsanalyses over de aard en frequentie van seks in films blijkt dat er aan het eind van de jaren negentig meer seks in films aanwezig was dan ooit tevoren en dat de seks ook nadrukkelijker in beeld werd gebracht. Let wel, het begrip seks in deze inhoudsanalyses is ruim geïnterpreteerd. Het gaat bijvoorbeeld om handelingen als strelen, kussen en geslachtsgemeenschap, maar ook om afbeeldingen van schaars of uitdagend geklede personages en om gesprekken over seks.
 
De mogelijk schadelijke effecten van seks in films op kinderen jonger dan 16 jaar is tegenwoordig een belangrijk onderwerp op de academische agenda. In het afgelopen decennium zijn tientallen studies uitgevoerd naar het verband tussen het bekijken van seks in films en de houding en het gedrag van kinderen en jongeren. Die studies geven aan dat beelden van seks in de media niet zonder risico zijn voor kinderen of jongeren. Door het gebrek aan voldoende effectstudies zijn we in het geval van seks dan ook aangewezen op een geïnformeerde gok. Hoewel er geen empirische onderbouwing voor is, wordt van jonge kinderen verondersteld dat zij heftige seksuele handelingen nog niet goed interpreteren omdat ze nog geen ervaring hebben met seks.

Mogelijk vatten zij deze handelingen onterecht als gewelddadig op, hetgeen hen angstig zou kunnen maken. Dat is een schadelijk gevolg.
 
Een ander mogelijk schadelijk gevolg is dat zij onzeker worden over volwassenen in hun omgeving. Onder kinderen van acht tot twaalf jaar hebben enkele studies uitgewezen dat deze kinderen zich vooral ongemakkelijk kunnen voelen bij het zien van beelden van seks en ander intiem gedrag. Vooral kinderen die zelf nog niet aan seks toe zijn, geven aan dat zij liever niet met zoenen, vrijen en al te intiem knuffelgedrag van volwassenen geconfronteerd willen worden.
 
Voorts bestaat het gevaar bij oudere kinderen dat zij zich op basis van wat zij zien in audiovisuele producties een onwenselijk idee vormen over wat seks inhoudt. Seksualiteit in films wordt immers veelal onrealistisch voorgesteld. Seks in fictie is bijvoorbeeld zelden gepland. De deelnemers, die vaak perfecte lichamen hebben, storten zich, zodra ze samen in een ruimte zijn in pure hartstocht op elkaar. Voorbehoedmiddelen worden zelden gebruikt en vrouwen die aanvankelijk niet willen, geven zich na een beetje aandrang vaak vol overgave over. Voor zover we dit uit het onderzoek kunnen besluiten, is het wel aannemelijk dat jongeren zich een onrealistisch beeld vormen van seksualiteit.
 
Daarnaast is het niet uit te sluiten dat sommige jongeren door films ook vroeger overgaan tot seksueel gedrag en met name grensoverschrijdend seksueel gedrag. Bij adolescenten bijvoorbeeld bestaat het risico dat ze verkeerde ideeën aan seksuele filmpresentaties overhouden. Omdat kinderen in deze leeftijdsfase midden in een identiteitsontwikkeling zitten, waarin seksualiteit een belangrijke rol speelt, zijn ze naarstig op zoek naar informatie over seksuele relaties.

Grof taalgebruik

Uit consumentenonderzoek is gebleken dat ouders zich relatief veel zorgen maken over de grote hoeveelheid grof taalgebruik in de media en daar graag over geïnformeerd willen worden. Kijkwijzer voorziet in die behoefte. Hoewel grof taalgebruik als inhoudsclassificatie is opgenomen, is ervoor gekozen om er geen bepaalde leeftijdscategorie aan te verbinden. Bij de proefclassificaties vonden we veel voorbeelden van grof taalgebruik, ook door personages met wie kinderen zich zouden kunnen identificeren.

Het is aannemelijk dat kinderen daaraan een voorbeeld nemen en dat is een mogelijk schadelijk gevolg. Het is echter de vraag welke leeftijd het gevoeligst is voor de effecten van grof taalgebruik. Kinderen van twee imiteren immers al regelmatig slogans en zinsneden uit films. Grof taalgebruik en schuttingtaal lijken echter ook frequent binnen subculturen van oudere kinderen en adolescenten overgenomen te worden. Om deze reden hebben we ervoor gekozen ouders wel te informeren over de aanwezigheid van grof taalgebruik, maar die niet te verbinden aan een leeftijdsindicatie.

Discriminatie

Uit consumentenonderzoek blijkt dat ouders graag geïnformeerd worden over discriminatoire uitingen in films. Daarom hebben we discriminatie als inhoudscategorie in Kijkwijzer opgenomen. Kijkwijzer hanteert een brede definitie van discriminatie. Onder discriminatie verstaan we elke uiting waarbij bepaalde bevolkingsgroepen als inferieur worden afgeschilderd op grond van ras, religie, huidkleur, sekse, nationaliteit of etnische afstamming.

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen directe en indirecte discriminatie. Vormen van indirecte discriminatie zijn onder meer beledigen, pesten, fysiek bedreigen en aanvallen. Vormen van directe discriminatie zijn bijdragen aan negatieve stereotypering, oproepen tot discriminatie of bestaansrecht ontkennen. Kijkwijzer gaat uit van discriminatoire uitingen waarin opgeroepen wordt tot discriminatie van een groep in algemene termen.
 
Een voorbeeld van directe discriminatie is een scène uit As Good as It Gets, waarin de hoofdpersoon een Joods stel aantreft in een restaurant. De man en vrouw zijn druk in gesprek wanneer de hoofdpersoon zegt: “Appetites are not as big as your noses, huh?”

Seksisme of vrouwonvriendelijkheid valt ook onder discriminatie omdat personen op grond van geslacht als ondergeschikt worden behandeld. Onderzoek wijst uit dat seksisme in films op zowel jongens als meisjes mogelijk schadelijke effecten kan hebben. Op basis van de literatuur naar identiteitsontwikkeling in de adolescentie, is er reden om aan te nemen dat met name de preadolescentie en vroege adolescentie een gevoelige tijd is om seksistische en seksueel objectiverende normen over te nemen. De vroege adolescentie kenmerkt zich door grote onzekerheid over seksualiteit en de sekserol-identiteit. Wanneer seksisme verbonden moet worden aan een leeftijdsindicatie, lijkt de leeftijdscategorie 12 derhalve het meest geschikt. Een ander mogelijk schadelijk gevolg van discriminatie in audiovisuele media is dat kinderen deze handelingen als gewoon gaan beschouwen. Indien ze als stoer of macho worden voorgesteld, is het zelfs mogelijk dat ze als nastrevenswaardig worden gezien.

Drugs en alcohol

Net als bij discriminatie is een mogelijk schadelijk gevolg van harddrugsgebruik en overmatig softdrugs- en alcoholgebruik in films dat kinderen deze handelingen als gewoon gaan zien. Wanneer het gebruik in een positief daglicht wordt geplaatst is het zelfs mogelijk dat kinderen en adolescenten het als nastrevenswaardig zien. Het is bekend dat veel personages in films en televisieseries alcohol drinken. Vaak gaat het om personages met wie kinderen zich kunnen identificeren.

Uit onderzoek blijkt dat alcohol- en drugsgebruik vaak in de adolescentie begint. Het is dan ook plausibel dat kinderen in deze periode ontvankelijk zijn voor informatie over alcohol en drugs. Kijkwijzer houdt daar rekening mee. Wanneer harddrugsgebruik en overmatig softdrugs- en/of alcoholgebruik in een gunstig daglicht geplaatst worden krijgt een film de leeftijdsindicatie 16. Wanneer het niet wordt aangeraden of slechts impliciet wordt afgeraden, krijgt de film de leeftijdsindicatie 12. Wanneer het expliciet wordt afgeraden, krijgt de productie AL.